A PRoUd ArcHiVe


Hou Chien Cheng
13 december 2014 – 24 januari 2015

Vaders studio is afgebrand. Ik dacht dat ik het gedroomd had – ik had het mis. De politie kwam langs om Moeder en mij het nieuws te vertellen en zei dat het vuur mogelijk aangestoken is. Als Vader nog leefde, zou ik honderd dollar wedden dat hij het gedaan heeft. Vader haatte die studio.

De bouw van de studio begon in 2007 toen Vader dacht dat hij het in zich had om kunstenaar te zijn. Hij was toen zesentwintig en vol passie. Hoewel passie niet iets is wat ik ooit in Vader had gezien. Zes jaar lang bouwde hij aan de studio terwijl hij naam probeerde te maken als kunstenaar. Volgens Moeder was de studio in 2013 klaar, maar Vader heeft het nooit gemaakt in de kunstwereld.

Omdat de werkelijkheid zich bleef aandringen, gaf Vader zijn droom op en nam hij een baan als postbode. Vader schreef mij ooit dat de herhalende routine van het bezorgen van post een meditatieve werking had, en dat hij het interessanter vond dan kunst maken. Maar als je het mij vraagt, denk ik dat Vader een makkelijke uitweg zocht – tal van kunstenaars vechten veel langer dan hij heeft gedaan.

[…] “Het was een felle brand, maar het lijkt erop dat er een plek is die de brand niet volledig vernietigd heeft,” zei een man van de brandweer toen hij ons een grote stapel post liet zien die in een douchecabine bewaard lag. Het was vreemd om een douche vlak naast een bureau te zien staan, maar terugblikkend; Vader rook altijd erg lekker, zelfs na een hele dag gewerkt te hebben in de studio.

Ik pakte een brief op en zag dat het noch gericht aan noch verzonden door Vader was – het was verzonden door een kunstinstelling aan een vrouw in de stad. “Open hem,” verzocht Moeder. Ik opende de envelop en haalde er een getypte brief op A4 formaat uit. Het was een afwijzingsbrief die de vrouw vertelde dat ze niet geselecteerd was voor een residency. Ik kende deze vrouw niet en Moeder ook niet. Vervolgens openden we de rest van de post en vonden meer brieven. Hoewel de brieven van verschillende soorten instituten kwamen, hadden ze een ding gemeen – ze brachten teleurstelling.

Vader had het regelmatig over teleurstelling. Hij zei dat je teleurgesteld voelen compleet zinloos is omdat je over het algemeen over de gebeurtenissen die teleurstelling creëren geen invloed kunt uitoefenen. Daarom zou niemand teleurstelling als iets waardevols moeten behandelen. Ik ben het nooit met Vaders theorie eens geweest, en ik denk niet dat hij het zelf geloofde. Waarom zou hij anders andermans teleurstellingen hebben bewaard? De pijn van een afwijzing kan zo toch niet verlicht worden, toch?

Ik ging op bezoek bij de vrouw aan het Markermeer in de hoop dat zij mij meer kon vertellen over hoe haar teleurstelling van dertig jaar geleden in Vaders studio beland was, maar haar familie vertelde dat ze ergens in november overleden was. Ik vroeg me af of ze het ooit gemaakt had. Of was ze tot op de dag van haar dood teleurgesteld?

Weer thuis was ik uren bezig de brieven naast elkaar op de vloer uit te leggen. Alleen toen zag ik pas iets anders dan teleurstelling. Ik zag een archief – een archief van toewijding, van aspiratie, van Vader.

Hou Chien Cheng (1981) is geboren in Kaohsiung City, Taiwan. Hij woont en werkt in Antwerpen, België. Momenteel is hij bezig met een promotieonderzoek aan de universiteit van Gent. Dit onderzoek, evenals het werk dat hij tijdens zijn residency bij HMK ontwikkelde, gaat over het fictieve in (kunstenaars)autobiografieën. Volgens Donald M. Murray, zijn alle geschreven teksten, zelfs de non-fictie, autobiografisch. We schrijven wat we weten en hebben ervaren, daarom kan er altijd een stukje van onszelf teruggevonden worden in onze geschriften. Hoewel het correct kan zijn, garanderen deze sporen geen echte autobiografie. Het is het percentage van de waarheid dat een autobiografie maakt of breekt.

Kijk voor meer informatie op: www.houchiencheng.com
Kijk ook op www.dearapplicant.wordpress.com