Pop-Up Thrift Shop

door Alina Lupu, als onderdeel van het project Producing one another
Data: 13 november – 18 december 2021
Open gedurende HMK openingstijden (do-za, 13.00-17.00 uur)
Prijs per stuk: 2 euros, via QR (Tikkie)

Als onderdeel van haar residency Producing One Another installeert kunstenaar Alina Lupu een pop-up kringloopwinkel in samenwerking met liefdadigdheidsorganisatie Stichting Dromehof – gelijktijdig met de Mother/hood/ing reading groups die ze samen met Isobel Dryburgh organiseert.

Kunstenaar Alina Lupu rondt haar langetermijns-residency af met de implementatie van verschillende belichaamde reflecties die onderhandelen met, ingrijpen in, en toevoegen aan de instelling en haar activiteiten – waarbij ze elkaar zorgvuldig produceren. Met deze installatie – een Pop-Up Thrift Shop met tweedehands kleding voor elke leeftijd en gender – reflecteert Alina op moederschap en verzorging (mothering), voor onze pasgeborenen alsook voor degenen die voor ons hebben gezorgd maar sindsdien oud zijn geworden en verzorging nodig hebben.

Om de Pop-Up Thrift Shop te realiseren is Alina een samenwerking aangegaan met Dromehof, een liefdadigheidsstichting met een tweedehandswinkel in Zwaag waar alle opbrengsten gaan naar het organiseren van ondersteuningsmateriaal, evenementen en uitjes voor eenzame ouderen. Dit jaar zamelden ze geld in om robotkatten en -honden beschikbaar te stellen voor mensen met dementie, en openden ze een activiteitencentrum naast de winkel. Met de pop-up bij HMK hoopt Alina wat extra geld te kunnen distribueren naar dit goede doel, alsook ons eraan te herinneren dat we moeten omkijken naar de mensen die vroeger voor ons zorgden.

Voor meer informatie: www.dromehof.nl

Alina Lupu zegt: Stichting Dromehof, niet ver van HMK gevestigd, is een liefdadigheidsorganisatie die zich middels een tweedehandskledingwinkel inzet voor voor betrokkenheid en gezelschap voor ouderen. De belangrijkste motivatie om een ​​stukje Dromehof in HMK te implementeren is sociaal: een van mijn zorgen over mijn moeder toen we in juli bij HMK samenwoonden, was haar eenzaamheid en het gebrek aan steun op haar oudere leeftijd. Het is moeilijk om een ​​zorg van deze omvang voor mezelf op te lossen, dus met deze kleine poging zal ik proberen de zorg bij anderen op te lossen. Elk item dat in deze pop-upwinkel wordt gekocht, wordt teruggevoerd naar het Dromehof-systeem, om hun doel te ondersteunen.

Het is misschien een beetje een omweg om het waarom van een ​​pop-up kringloopwinkel in Hotel Maria Kapel als een belichaamde reflectie te begrijpen, maar ik deel graag het volgende: er is een geweldige scène aan het einde van Rachel Cusk’s “A life’s work” die ik volledig zal citeren (in het Engels) als referentie en die me deed denken aan wat ik deed toen ik in Hoorn was, terwijl ik in residentie was met mijn moeder, en ook hoe vaak met haar rondhing in kledingwinkels, als een soort brug om onszelf te veranderen en elkaar gezelschap te houden. Hier gaan we:

“I go to London, alone, for the weekend and walk stupidly around Oxford Street in the glare of an urban summer. Everything seems weirdly futuristic, as if I had been deposited there by a time machine. I want to buy clothes, to make up for two years in which I have been as far from fashion as an anthropologist on a long field trip: but the racks of things look incomprehensible and unrelated to me, like costumes for a drama in which I no longer have a part. I lack the desire for myself that would teach me what to choose; I lack the sense of stardom in my own life that would urge me to adorn myself. I am backstage, attendant. I have the curious feeling that I no longer exist in synchronicity with time, but at a certain delay, like someone on the end of a transatlantic phone call. This, I think, is what it is to be a mother. The most terrible feeling of stress and anxiety begins to mount in me there in the shop. My heart flails in my chest with panic. I long for my child, long for her as for a sort of double, a tiny pilot boat winging young and certain up the channel ahead of me, guiding the blind, clumsy weight of me through. I go to the children’s section of a department store and stand there amidst the cribs and the baby clothes, the teddy bears and the tiny shoes, and I feel alleviated, rescued, plugged into a source of life.

All day I have heard babies crying, faint threads of distress from elsewhere borne past me on the air, and each time I have felt a fine quiver of response, razor-sharp, immediate, and have had to steel myself not to look around. A baby begins to cry there in the children’s department, not six feet from me. It is the raw, tiny cry of someone only a few days old. I look up and see the pram, the mother frantically jiggling it with one hand while raking through racks of baby clothes with the other, her face a fist of concentration. She is debating something in urgent tones with the older woman – her mother – standing next to her. The baby’s cries are fast with barely a beat between them. I know that this means the woman has less than a minute to choose and purchase an outfit, but her mother disagrees with her choice and is remonstrating with her. I can see by the way she moves that her body is still stunned with childbirth. Go home, I think. Go home. Wrap the baby in a tea-towel, she won’t care. Just give in and go home. She doesn’t give in. She has an image of this shopping expedition and she is clinging to it with sharp teeth. She can’t bear something to go unresolved, unfinished, for she fears that nothing will ever be resolved again. She’s trying to keep up, to stay in time, but she’s swimming against a powerful current. I see her steal looks at her mother, brimming with longing and confusion, and hurt. After all these years she has discovered her mother’s secret and it is somehow disappointing, a let-down, for she is in those first days of her parturition both mother and child, and the passionate emotion she feels for her vulnerable self finds no reflection in her own mother’s disapproval, her compassionless urge to dispute. Years of human politics have adhered to her mother’s heart: they hang from it like stalactites, like moss. Her own heart is new, raw, frantically pulsing. Will time turn it, too, unfeeling?

The baby cries and cries; and it is all I can do to not lift it from its pram and hold its small, frightened body close against my chest, hold it and hold it until it stops, so certain am I that it would, that it would know that I knew, and be consoled.” 
 

Alina Lupu is een in Roemenië geboren en getogen, in Nederland wonende post-conceptuele kunstenaar en schrijver. De focus van haar praktijk ligt op precaire leef- en werkomstandigheden voor kunstwerkers en arbeiders in het algemeen. In september 2020 trad ze toe tot de programmacommissie van Kunsthuis Syb in Beesterzwaag en is ze recent bestuurslid van Platform BK, waar ze zich inzet voor het verbeteren van de positie van (internationale) kunstenaars en het stimuleren van het publieke debat over de rol van beeldende kunst in de samenleving.


Grafisch ontwerp: Ana-Maria Gușu.

Mogelijk gemaakt met de hulp van: Mondriaan Fonds, Gemeente Hoorn.